Altijd al gedacht dat er in hartje Brussel weinig soorten planten groeien? Dat er geen speciale vondsten kunnen gedaan worden? Niets is minder waar. Urbane floristiek wordt meer en meer populair.

Op 28 mei kregen we bezoek van de werkgroep FON (floristisch onderzoek voor natuurbehoud). Zij kozen twee stukjes Brussel uit (uurhokken) waarvoor ze een inventaris maakten.

Erik Molenaar, de schrijver van onderstaand verslag was zo vriendelijk om ons dit ook op onze website te laten publiceren.

(wie niet geinteresseerd is in plantjes, gelieve niet verder te lezen 🙂 )

Vooraf

Lang voor alle “heibel” in Molenbeek planden wij een urbane tocht in een multiculturele wijk en we kozen het zwart gat e4-25-32. In de hoop er spectaculaire vondsten te doen, verzamelen zich slechts 5 floristen, dat zijn Karin Thiers (foto’s), Pierre Van Vooren (gids) Bart Mortier (streeplijst), Johan Peelman en Erik Molenaar (verslag, puntlocaties, foto’s). We starten in een zomers, drukkend weer aan de metrohalte Zwarte vijvers, moeilijk bereikt door de treinstaking die maar aansleept. In de voormiddag doorkruisen we de straten, sportpleintjes en parkjes en belanden even uit het hok ter hoogte van de kanaalzone. De mensen zijn er vriendelijk en de auto’s rijden stapvoets en beleefd. Het grote knelpunt blijkt echter dat er nergens een volkse kroeg te vinden is, en we moeten de dorst lessen met muntthee of een koffie waar je je lepel in recht kunt zetten. Het inpandig groen is niet om over te spreken, en de meeste vondsten zijn echte kasseivoeg soorten en pioniers in boomspiegels.

  • Russische salie (Perovskia atriplicifolia)

Voormiddag

Eerst bekijken we alles rond het startpunt aan de metrohalte. Op ruderale terreintjes strepen we flink door, maar echte uitschieters vinden we voorlopig alleen in boomspiegels en plantsoenen, met o.a. de notoire escapes Perovskia atriplicifolia en Euonymus hederaceus. Nadien begeven we ons noordwaarts naar de sportpleinen, gelegen tegen de spoorlijn Brussel-West in Koekelberg. Het verrassende hier is de overvloed aan Blauw walstro in de randen van het gazon. Voorts zien we er Hazenzegge, Kleine zandkool, Timoteegras, Nachttabak en Fraaie vrouwenmantel, eveneens allen in bloei. Terug in Molenbeek, met zijn eindeloze stoet groentewinkeltjes, bekijken we een aantal boomspiegels, waarin de pitten van de gekochte vruchten rechtstreeks zijn gedumpt. Naast visgraten en peuken noteren we er o.a. Perzik, Marokkaanse munt, Avocado en Japanse mispel. De kramer is ons erg ter wille en toont telkens het fruit dat bij de zaailing hoort. Al gauw staan er vele mannen met ons mee te inventariseren, maar de Nederlandse namen krijgen we er niet bij. We krijgen een Loquatpruimpje mee, gratis en voor niets!

 

In de Vanderstraetenstraat (sic.) ontdekken we de eerste populaties Kransmuur, alweer onder belangstelling van de bevolking, aan wie we kort de klimaatopwarming en het arriveren van meeliftende mediterrane soorten uit de doeken doen. In het Gieterijpark ontdekken we o.a. een mooie populatie Grote engelwortel, en noteren er verder Oosterse kornoelje, Grote veldbies (op een muurtje!), Fijn schapengras, Bosrank, IJzerhard, Brede wespenorchis en Struikspirea. We belanden op een parking met Mobilehomes, en zoeken er terstond naar de campingsoorten die recent zijn ontdekt, maar met Knopherik, Ruige anjer en Hoog struisgras moeten we het stellen. Als de poort dicht blijkt, passeren we de Jeugdherberg (toch bier!), maar zetten de tocht nog even verder. Aan de parking bij de Berchemstraat kunnen we uitgebreid de Kieldravik Ceratochloa sitchensis bestuderen, een soort die in het Brusselse trouwens niet zo zeldzaam meer is.

  • Kransmuur (Polycarpon tetraphyllum)

Namiddag

We gaan eerst naar het Voltaireplein, waar we o.a. zaailingen van Goudenregen vinden en passeren het speelplein Bonnevie. Daar staan een aantal zaailingen van rozen, sterk beklierd, maar met slechts een flauwe appelgeur. In de groenvoorzieningen verderop staan echter volwassen exemplaren (Schijn)egelantier, met prachtige lange klierharen op de jonge bottels en een afstaande kelk. In de gazon daar staat een ware zee van Kransmuur, vergezeld van Rood herderstasje. Ook tussen de kasseien op de parkeerstrook komen deze overvloedig en duidelijk voor. We schuiven door naar de kanaal zone en raken daarbij even uit het hok, waar we een aantal verwilderde siersoorten tussen de straatstenen en in de goot zien, vermoedelijk terug te voeren tot een vroegere inzaai (uit het beroemde pakske). Het is duidelijk dat het om zeer vruchtbare en standvastige soorten gaat: Zilverschildzaad, Marokkaanse leeuwenbek, Blaassilene en Spinraghuislook (Sempervivum x barbulatum). Het kanaal voegt zo goed als niets aan de lijst toe, en we zoeken de zijstraatjes weer op. In de Verrept-Dekeyserstraat wordt druk genoteerd, want naast Hartbladige els volgt een reeks groenten die zomaar tussen de straatstenen zijn verschenen, en alleen al hierom de moeite zijn ze te overlopen : Selderij, Zwaardherik s.l. (Rucola), Sla, Bieslook en Aardpeer. Bovendien staat er Bolderik in bloei. De hitte wordt loodzwaar, maar gelukkig kan men bij elke kruidenier ijsjes krijgen.

In de Paalstraat vinden we opnieuw Kransmuur, maar ook ons eerste (en enigste) Klein glaskruid. Er zit een prachtige Pijlstaart te zonnen tegen een gevel, het blijkt een mannetje Lindepijlstaart te zijn, en iedereen neemt de tijd het grote diertje te kieken. Nadien volgen Bladpeterselie, Vaderplant en opnieuw onze Kieldravik. We vermelden de aanwezigheid van een Ganzenvoet die zeer wel Chenopodium probstii kan zijn. Dan belandt ons gezelschap opnieuw in de Zwarte Vijverstraat, waar we Venkel (mooi in knol) noteren en Pierre een ‘Kanariezaad’ inzamelt dat thuis op naam wordt gebracht als Phalaris brachystachys. Het onderscheidt zich van Kanariezaad door de erg korte kafjes van de steriele bloemen; bij Phalaris canariensis zijn ze half zo lang als die van de fertiele bloem. Goed gezien dus! Opnieuw komen we uit aan de groentekramen waar we al dat fruit zagen kiemen in de boomspiegel. Na grondig speurwerk van Bart kunnen we twee exemplaren Dadelpalm tellen, die als een simpele grasscheut in het onkruid verborgen zaten. We kennen er opnieuw veel bijval van de klanten, want onze aanwezigheid deze morgen zal wel de ronde hebben gedaan!

  • Bolderik (Agrostemma githago)

Via de Deschampheleerstraat in Koekelberg komen we in een steeg met de welsprekende naam Strijdersgang. Het is er echter de vreedzaamheid zelve, want de bewoners kennen geen enkele afkeer van de wildernis die zich discreet tussen de kasseien ophoudt. Op de lijst kunnen we nog Gele helmbloem toevoegen, maar er staat opnieuw een massa Rood herderstasje en Kransmuur. Tot we een zeer vreemde vondst doen. Er staat een ‘Laksteeltje’ in bloei, en na goed speuren tellen we 26 bloeiende exemplaren. Het gras wordt uitgebreid gekiekt en ingezameld voor de plantentuin en nazicht thuis. We nemen afscheid van de buurtbewoners en de steeg wordt weer rustig. Tijd om een koele dronk te doen! We belanden echter in het klassieke stapvoetse verkeer en na een eindeloze reeks theehuizen (met alleen maar heren) nemen we het besluit de excursie dan maar droog te beëindigen. Een bijzondere dag, bloedheet, maar slechts met een symbolische donderslag: de mogelijkse vondst van Laksteeltje buiten het maritiem district.

Besluit

Hoewel wij haast zeker waren een hele reeks mediterrane soorten te vinden, kwamen we dus terecht in een urbaan district waar het aantal tuin-ontsnappers beperkt bleef tot een gamma groenten en fruit. Wie de campingflora gebeten opvolgt dacht hier wellicht een zelfde tafereel te ontmoeten, met een dozijn vreemde klavers, maar buiten de overvloed aan Rood herderstasje en Kransmuur is het dus anders gebleken. Laksteeltje is onwaarschijnlijk, wegens de nu al zichtbare spil van de aartjes; we houden het voorlopig op Catapodium rigidum. (Volg ons op Waarnemingen…) Op de Rodelijst staan 5 soorten, (Bolderik, Ruige anjer, Prachtklokje, Selderij) allen tuinsoorten, behalve Stijf hardgras dat bedreigd is. Met slechts 220 species op de lijst hebben we zeker geen records gebroken, maar het is een goed beeld van wat er in de multiculturele buurt leeft. Er lag ook geen waterpartij, geen bos, geen spoorterrein of open fabrieksgrond in het hok, dus dat heeft het aantal zeker gedrukt. Gewoonlijk worden slechts de speciale biotopen in Brussel opgezocht en komt men niet tot een globale km-lijst. Dat is nu gebeurd en we slaan ons er wel even voor op de borst.

Overzicht van de taxa

De foto’s van de excursie vind je hier op waarnemingen. De waarnemingen zijn samengebracht in een totaallijst zonder inschattingen met Tansleyschaal. Klik Molenbeek voor een dagoverzicht.

Tekst : Erik Molenaar (Fon)