Sinds meer dan vijftien jaar wordt in de Natura2000 gebieden in het Brussel Gewest de populatie vleermuizen gemonitord door Leefmilieu Brussel, een verplichting in het natuurbeleid van de Europese Unie. Dit gebeurt grotendeels door vrijwilligers in een samenwerking tussen Natuurpunt Studie, Natuurpunt Brussel en Plecobrux (de lokale vleermuizenwerkgroep van het franstalige Natagora).
Het is natuurlijk nachtwerk! Kort na zonsondergang wordt telkens een “transect” van een kilometer afgelopen, waarbij om de vijftig meter gedurende drie minuten de aanwezigheid van vleermuizen gemonitord wordt. Zo worden er jaarlijks, in verschillende delen van het Gewest, een tiental van die transecten gemonitord, midden juni, rond 1 augustus en midden september. De verschillende reeksen transecten worden in een driejarige cyclus hernomen.
Vleermuizen bedienen zich voor hun oriëntatie en jacht op prooien in het donker van een ultrasone roep, niet hoorbaar voor mensen, maar we beschikken over apparatuur (een “batdetector”) die deze geluiden hoorbaar maakt en kan registreren voor latere analyse.

<<<

De performante Petterson D240x batdetector die we voor dit onderzoek gebruiken maakt het geluid van vleermuizen hoorbaar, en registreert korte fragmenten. Opgenomen op een audiorecorder kunnen deze nadien geanalyseerd worden, om verschillende soorten vleermuizen te onderscheiden.
De meest koerante soort, de Gewone dwergvleermuis maakt in de meeste gebieden zowat 90% van de vleermuizenpopulatie uit, maar de audio-analyse laat toe tussen deze signalen de aanwezigheid van andere soorten vast te stellen. Eentje daarvan, de Watervleermuis, wordt vaak relatief gemakkelijk gespot terwijl ze net boven het oppervlak van waterpartijen. jaagt.

Je ziet, als leek, vleermuizen slechts relatief uitzonderlijk, hoewel ze ook in de stad vrijwel alom aanwezig zijn. Door de aanwijzingen van de batdetector, die de aanwezigheid maar ook enigszins een richting aangeeft, is de kans om tijdens transecten jagende vleermuizen te zien te krijgen, bij laat daglicht of bij het liocht van een zaklantaarn, uiteraard een stuk groter. Bovendien blijkt menslijke aanwezigheid en zelfs beperkt licht de aktiviteit van de dieren niet of nauwelijks te verstoren.

ZIN OM MEE DE NACHT IN TE DUIKEN ?

>>>

Op bijgaand kaartje zijn de transecten die in 2018 onderzocht worden aangegeven. Het gaat dit keer helemaal om de zuid- en oostrand van het Gewest, meer bepaald het Zoniënwoud en de Woluwevallei. Dezelfde transecten kwamen reeds in 2012 en 2015 aan de beurt. Hoewel het hier meestal om bosrijk gebied gaat vertonen de vastgelegde paden geen bijzondere moeilijkheid, zelfs in het donker. Een transect wordt met twee, soms drie of meer waarnemers afgelopen, waarbij minstens iemand de detector hanteert en iemand zorgvuldig de gegevens noteert.

Heb je belangstelling om aktief aan deze inventarisatie deel te nemen? Aarzel niet, je hoeft geen bijzondere kennis van vleermuizen te hebben, en ook zelf met een batdetector omgaan is met wat oefening vrij eenvoudig. Je wordt uiteraard niet op je eentje “de nacht in gestuurd”, wees gerust.

Geef je email door, best met een telefoonnummer om je te bereiken. Transecten worden kort van tevoren gepland, maar moeten soms herschikt worden wegens te lage temperatuur of regenweer, die de waarnemingen kunnen verstoren.

Mail hiervoor naar Marianne D’Hulster: marianne.dhulster@gmail.com en we houden je op de hoogte zodra we de reeks transecten van juni aanvatten.

MEER WETEN ?
Een uitgebreide artikel verscheen in Passer in april 2018.
Je kan het hier lezen (PDF) of downloaden: Passer2018Vleermuizen