Bomenwandeling

Bomenwandeling in de Molenbeekvallei: etymologie, mythes & volksgeloof

Waarom eten we op Kerstmis taart of ijs in de vorm van een boomstronk? Wat is nu eigenlijk het verschil tussen een beuk en een haagbeuk? Waar komt de uitdrukking ‘iets aan de wilgen hangen’ vandaan?

Aan de hand van deze interactieve kaart met foto’s en de bijhorende beschrijving kan je zelf op pad gaan in de Molenbeekvallei. Je komt meer te weten over de mysterieuze bomen die ons – ook in Brussel! – omringen, en leert de voornaamste inheemse soorten herkennen.

Het beste moment om deze wandeling te doen, is tussen half april en eind september, omdat er dan voldoende bladeren aan de bomen hangen.

Je kan de tekst lezen op je smartphone of als .pdf downloaden en afdrukken.

Traject

Deze luswandeling van 5,5 km begint op de parking achter het station van Jette en duurt 2 à 2,5 uur (zonder pauze). Je kan een pauze inlassen aan de chalet van Laarbeek.

(klik op de kaart voor een interactieve versie met foto’s! Binnenkort komt deze interactieve kaart in plaats van bovenstaande statische kaart)

Ga links op de Dupréstraat en onmiddellijk rechts aan het café op de hoek. Eenmaal aangekomen in het Koning Boudewijnpark (fase II), zal je wellicht verbaasd zijn over de grootte van dit park.

Geschiedenis

Aan het begin van de jaren 1970 wilden beleidsmakers hier een snelweg aanleggen die Zellik zou verbinden met de De Smet De Naeyerlaan in Jette. De asfalteringswerken werden voltooid op het grondgebied van Vlaanderen, maar de gemeente Jette besliste in 1977 om een park aan te leggen in de Molenbeekvallei, dat de bestaande bossen en parken (het Laarbeekbos, de moerassen van Jette en Ganshoren, het Poelbos, het Dielegembos en de Heilig Hart-tuin) zou verbinden.

Biotoop

De bomen op het parcours groeien op dezelfde ondergrond: een kalkrijke, voedselrijke leembodem. Toch zijn er kleine verschillen wat betreft hun voorkeursbiotoop: beuken houden van schaduw, berken vereisen veel licht, zwarte els en wilg staan graag dicht bij water, de (winter)eik houdt zijn voeten liever droog.

Bomen

Vervolg je weg naar links en steek de Eugène Toussaintstraat over. Neem het pad links van de vijver.

Populier

Waar?

Bomenrij links van de vijver.

Hoe herkennen?

Italiaanse populier, grote en snelgroeiende loofboom, diepe penwortel (= hoofdwortel), uit de wilgenfamilie, hangende katjes. De populier lijkt een beetje op een omgekeerde heksenbezem en kan erg hoog worden. Het blad is driehoekig, gezaagd, heeft een lange steel en gelijkt op dat van de linde, maar straks zal je nog zien dat er toch een verschil is (lindeblad is hartvormig, meer ingesneden).

Etymologie
  • Het woord populus is afgeleid van het Griekse woord paipolos en dat betekent trillen. Het heeft betrekking op de trillende beweging van de bladeren in de wind.
  • In Vlaanderen noemt men de populier ook wel ‘gauw groot’ wat verwijst naar de snelle groei. Andere namen zijn esp, trilpopulier of ratelpopulier (de bladeren zijn wat leerachtig en als ze in de wind tegen elkaar aan waaien, ontstaat er een ratelend geluid), klaterabeel, witboom en vrouwentong. De ratelpopulier of esp komt voor in een aantal Vlaamse spreekwoorden: “Beven als een espeblad”, “Haar tong gaat als een blad van de populierenboom”.
Mythologie
  • Bij de oude Grieken was de witte abeel een onderwereldboom. De mythe van de Griekse held Herakles verhaalt o.a. over zijn reis door de onderwereld. Als lichtbron gebruikt hij een tak van de witte abeel, de meest algemeen voorkomende boom in de onderwereld. De bladeren zijn aan beide zijden wit, maar de rook zorgt ervoor dat de buitenzijde donker wordt. Terug op aarde plant Herakles de takken in de grond. Zo komt het dat de witte abeel bladeren vormt die slechts aan de onderzijde wit zijn.
  • Bij de Romeinen waren zwarte populier en witte abeel (populier) de bomen van de onderwereld. Zwarte populier was gewijd aan Hades, god van de onderwereld, witte abeel aan zijn onfortuinlijke echtgenote, de lentegodin Persephone. Volgens de mythe werd Persephone door Hades geschaakt. Haar moeder Demeter was razend, maar kon niet anders dan onderhandelen met Hades om haar dochter terug te krijgen. Uiteindelijk kwamen ze tot een overeenkomst, waarbij Persephone tijdens lente en zomer bij haar moeder vertoefde, maar tijdens herfst en winter bij Hades. Op die manier verklaarden de Romeinen het fenomeen van de seizoenen.
  • De eerste christenen geloofden dat het hout van het kruis waaraan Jezus Christus genageld werd, vervaardigd was uit hout van de ratelpopulier. Daarom kennen de bladeren van de ratelpopulier nooit rust.
Bijzondere eigenschappen

In de 19de eeuw werden populieren gebruikt tegen pijn en reuma. De wetenschap heeft ons ondertussen geleerd dat populieren, net als de nauwverwante wilgen, salicylzuur kunnen bevatten, dat in de 19de eeuw werd geïsoleerd, en dat niets anders is dan het actieve bestanddeel van aspirine! Populierenzalf (pomatum populi), gemaakt uit de knoppen van de zwarte populier, wordt nog aangewend bij aambeien, kloven, brandwonden en reumatische pijnen.

Paardenkastanje

Waar?

Boom vlak bij de brug, aan de linkerkant van de brug.

Hoe herkennen?

Handvormig samengesteld blad (= vertrekt vanuit 1 punt), witte of roze bloemen, vrucht met stekelige bolster. <–> Verschil met tamme kastanje: andere familie, enkelvoudig blad dat lang, grof gezaagd en lancetvormig is. Vruchten in gestekelde bolster (langere stekels).

Etymologie

De vrucht van de paardenkastanjeboom werd vroeger veel aan paarden gegeven om ze van de hoest te genezen, vandaar de naam. Ook voor geiten en varkens is de paardenkastanje eetbaar, maar voor mensen is ze giftig.

Mythologie
  • De uitdrukking ‘iemand de kastanjes uit het vuur laten halen’ gaat terug tot een 16de-eeuwse fabel. Een aapje heeft zin in gepofte kastanjes en wil ze uit het vuur halen, maar heeft schrik om zich te verbranden. Naast het vuur lag een hond te slapen en het aapje gebruikte sluw de poot van het dier om de kastanjes uit het vuur te halen.
  • De witte paardenkastanje is afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië en werd pas omstreeks 1600 in West-Europa ingevoerd. Om die reden heeft de witte paardenkastanje geen vermeldenswaardige rol gespeeld in de Europese mythologie of het volksgeloof.
  • Hij wordt beschouwd als een symbool van luxe, omdat hij een sierboom is, die talrijke onnuttige (niet-eetbare) vruchten draagt.
Bijzondere eigenschappen
  • De zaden bevatten nuttige actieve bestanddelen die in een tinctuur (alcoholische oplossing) gebruikt worden als kramp- en pijnstillend middel. Het helpt tegen reuma, maag- en darmklachten, en borstontsteking. Het kan ook tot een thee gebrouwen worden die helpt tegen de hoest.
  • De vruchten bevatten saponinen (zeepstoffen) en kunnen in poedervorm of als afkooksel gebruikt worden als wasmiddel of shampoo.

Esdoorn

Waar?

Aan het andere eind van de brug, aan de linkerkant.

Hoe herkennen?

Vijflobbig blad, gevleugelde vrucht (“helikoptertje”), weinig eisend en snelgroeiend, sommige esdoorns hun bladeren kleuren oranje tot rood in de herfst (bv. Japanse of Noorse esdoorn). Inktvlekkenziekte: op de bladeren ontwikkelt zich in de herfst vaak een zwam die op het blad overwintert, en die er de typische zwarte vlekken veroorzaakt.

Etymologie

De botanische naam ‘Acer’ is afgeleid van het Latijnse woord voor ‘scherp’, omdat aan het hout een scherpe punt gemaakt kan worden (vroeger werden er speren van gemaakt).

Mythologie

De houtvaten van de esdoorn (in het bijzonder de suikeresdoorn) produceren tot 40 l sap in 4 à 6 weken. Dit sap kan in de lente worden afgetapt, als er een sterke sapstroom is. Men vergelijkt de esdoorn weleens met een persoon wanneer zijn hout ‘bloedt’ (wanneer er sap vrijkomt). Zo is er o.a. de mythe van een merkwaardige esdoorn in de nabijheid van het Engelse dorp Melling, waar halverwege de 19de eeuw duizenden mensen naar gingen kijken. Er was nl. sap uit de bast gevloeid in de vorm van een mensenhoofd. Het gerucht deed de ronde dat dit verschijnsel niets anders kon zijn dan de verrijzenis van een zekere Palmer, die er begraven was zonder doodskist… De herbergen uit de buurt hadden er uiteraard alle baat bij om het gerucht verder te verspreiden.

Bijzondere eigenschappen
  • Het hout van de “gewone” esdoorn (de sycamoor) wordt beschouwd als onverwoestbaar. Het is dan ook zeer geschikt om meubels en vloeren mee te maken, en muziekinstrumenten zoals de cello.
  • In Canada wordt al sinds mensenheugenis door de indianen van het sap van de suikeresdoorn stroop gemaakt. Het blad van de suikeresdoorn staat op de Canadese vlag en geldt als nationaal symbool.

Cipres

Waar?

Sla linksaf na de brug en ga naar de boom op het grasveld, rechts van de vijver.

Hoe herkennen?

De watercipres is een bladverliezende naaldboom. De roodbruine bast is vezelachtig met onregelmatige ribbels. De watercipres is een ‘levend fossiel’ (= de enige resterende boomsoort uit het geslacht Metasequoia, dat 150 miljoen jaar geleden in enorme wouden op het noordelijk halfrond voorkwam). De watercipres komt vandaag vooral in China voor (hij is dus geïmporteerd). Cipressen omvatten de hoogste en zwaarste bomen in de wereld, nl. de coast redwood (kustmammoetboom) en de reuzensequoia (mammoetboom). Het zijn langlevende bomen die veel kunnen doorstaan, zoals een streng klimaat, arme grond, te veel water en andere slechte groeiomstandigheden.

Mythologie
  • De cipres staat voor dood en onsterfelijkheid. In de Griekse en Romeinse oudheid is de boom verbonden met Hades/Pluto, goden van de onderwereld. Het was de boom van het ‘treuren’ en hij werd dan ook in de buurt van graven geplant. Vanwege zijn duurzaamheid werd de cipres ook gebruikt om doodskisten of sieraden voor de overledenen van te maken. Ook vandaag nog worden cipressen geplant op begraafplaatsen.
  • Er bestaat een Griekse mythe over de menselijke oorsprong van de cipres. Zo was er de onfortuinlijke Kyparissos, die per ongeluk een tam hert doodde. Hij had zoveel verdriet en spijt dat hij zelfmoord wilde plegen. Zelfs Apollo, zijn minnaar, kon hem niet troosten. De lichtgod vroeg ten einde raad aan de andere goden dat ze eeuwig tranen zouden storten op aarde. Op slag veranderde hij in een boom: Kyparissos werd Cypressos of Cipres. Apollo zweerde hem altijd te blijven bewenen. Vanaf toen werd de cipres het symbool van rouw en ontroostbare smart.
Bijzondere eigenschappen

Cipressenhout is heel waterbestendig, sterk en duurzaam. Daarom wordt het al sinds mensenheugnis gebruikt in de scheepsbouw.

Hazelaar

Waar?

Steek de Tentoonstellingslaan over, volg de Kleine Sint-Annastraat en neem de eerste afslag naar rechts. Iets verderop zie je langs de weide nabij het voetbalveld een hazelaar.

Hoe herkennen?

Meer struik dan boom. In feite is het een houtige plant die dicht bij de grond vertakt, hij heeft meerdere stammen naast elkaar. Eirond blad met spitse punt. Mannelijke katjes en vrouwelijke rode stijlen met stempel. Hazelnoten.

Mythologie
  • De oude Grieken en in navolging de Romeinen geloofden dat aanraking van takken van de hazelaar hielp om de gemoederen bij conflicten milder te stemmen. Het was dus een vredesplant. Merkwaardig genoeg was de hazelaar ook bij de Germanen een vredesplant, gewijd aan hun god Thor of Donar. Het is niet duidelijk waar het idee vandaan komt, maar mogelijk heeft het te maken met het feit dat de hazelaar een struik is en dus meerdere stammen vormt die symbool staan voor ‘meerdere oplossingen’ ten opzichte van de ‘ene ware oplossing’.
  • In het Keltische geloof is de hazelaar de plant van de wijsheid. Zo vertelt een Keltische legende over de reusachtige zalm ‘Fintam’ die belust is op hazelnoten. Gezien elke hazelnoot een vlek veroorzaakt op zijn huid en het aantal vlekken niet te tellen valt, draagt Fintam ongelooflijk veel wijsheid met zich mee. Daarom wordt de zalm door de Kelten als overbrenger van de kennis beschouwd. Men kan dus wijs worden door hazelnoten te eten, maar nog beter is het om zalmen te eten die met hazelnoten werden gevoed.
  • Gelijktijdig was de hazelaar in vrijwel alle Europese culturen een vruchtbaarheidssymbool omwille van de vaak talrijke hazelnoten die trouwens zeer voedzaam zijn. Niet toevallig staat het Duitse spreekwoord ‘In die Hasel gehen’ voor flirten. Ook heiligdommen die gewijd waren aan de Keltische moedergodin Ana of Dana (denk aan het liedje ‘La tribu de Dana’) werden steevast met hazelstruiken beplant. Een van die aan Ana gewijde heiligdommen bevond zich op de plaats van een bron langs de Hellebeek, een zijrivier van de Demer. En zoals het hoort was het heiligdom omringd met hazelstruiken. Op die plaats staat nu de OLV- Virga Jesse Basiliek van Hasselt, want Hasel of Hassel was de Middelnederlandse naam voor Hazelaar. De verering van de Keltische moedergodin Ana is ook in Hasselt gewoon gekerstend en is tot op vandaag de dag een verering van de christelijke moedergodin Maria.

Iep / olm

Waar?

Sla linksaf bovenaan de weide en wandel tot net voorbij de betonnen goot. Rechts van je, onderaan het Poelbos, staat een ruwe iep.

Hoe herkennen?

Iepen of olmen zijn tot 40 m hoge loofbomen met een mooie, brede en gewelfde kroon. Ze hebben een ruwe bast en zijn weinig gevoelig voor luchtvervuiling. De vrucht is een nootje met discusachtige vleugels. Het blad van de olm is kenmerkend met zijn ongelijke bladhelften: de bladvoet loopt aan één kant van het blad langs de bladsteel verder door.

Mythologie
  • De iep is een krachtige, langlevende boom die zich gemakkelijk voortplant. In 1830 toen België zich afscheidde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werden er in Brussel en Antwerpen iepen geplant als ‘vrijheidsboom’.
  • Grote iepen hadden regelmatig ook een sociale functie, vaak waren iepen bijvoorbeeld ‘gerichtsbomen’, waarvoor men veel respect had. Bij gebrek aan rechtbanken sprak men toen recht onder een boom, de gerichtsboom. Zo spraken de Franken in de vijfde eeuw dikwijls recht onder iepen. In de middeleeuwen werden iepen ook vaak voor de kastelen geplant, om er als gerichtsboom te fungeren. In het Luikse gaf men aan de laagste rechtbanken zelfs de naam ‘les tribuneaux d’ormes’, omdat het gericht er ooit onder een iep plaatsvond.
Bijzondere eigenschappen
  • De iepen- of olmenziekte heeft ervoor gezorgd dat oude iepen op veel plaatsen verdwenen zijn. De iepenziekte is een schimmel die overgedragen wordt door een kever (de iepenspintkever). Deze schimmel zorgt ervoor dat de houtvaten verstoppen, waardoor de boom geen sap meer doorheen de stam kan transporteren. Intussen heeft men cultivars die iets beter bestand zijn tegen de ziekte en behandelt men sommige bomen ook met een (tamelijk prijzige) vorm van inenting.
  • Tot zo’n 100 jaar geleden werd de iep veelvuldig gebruikt. Zijn bast, die in dunne stroken loslaat, leverde touw. Blad en twijgen waren superieur veevoer. Iepenhout staat bekend om zijn robuustheid, buigzaamheid en waterbestendigheid. Het werd dus veel gebruikt voor scheepsonderdelen, voor wijnvaten, voor klompen, voor borstels, als constructiehout, voor trappen en parket.

Haagbeuk

Waar?

Ga rechts bij de splitsing en neem vervolgens de eerste afslag links. Ter hoogte van de kinderboerderij staan er haagbeuken aan de linkerkant.

Hoe herkennen?

De haagbeuk lijkt op de beuk maar heeft een ‘gespierde’ bast (zoals een bodybuilder), vaak een kromme stam, en een diep generfd blad. Vrucht met 3-slippig omhulsel.

Hoewel de naamgeving verwarrend is, heeft de haagbeuk niets te maken met de gewone beuk. De haagbeuk is lid van de berkenfamilie en nauw verwant aan de hazelaars, en heeft toevallig een blad dat lijkt op dat van de beuk. De beuk heeft echter een gave bladrand, terwijl dit van de haagbeuk gezaagd is.

Om de verwarring nog wat groter te maken: ook een beuk kan je als haag snoeien. Dan heb je uiteraard geen haagbeuk, maar wel een beukenhaag. Het verschil kan je zien aan de bladrand, maar als het herfst of winter is, ook aan de aanwezigheid van blaadjes. De haagbeuk verliest immers al zijn blaadjes, terwijl de beuk er altijd enkele op z’n takken houdt.

Een fonetisch geheugensteuntje: “Le charme d’Adam c’est d’être à poil.” (letterlijk: het bekoorlijke van Adam is dat hij naakt is). De haagbeuk (charme) heeft getande bladeren, de beuk (hêtre) heeft haartjes op de bladeren.

Bijzondere eigenschappen
  • De ‘haag’beuk kan uitstekend gesnoeid worden en is daardoor zeer geschikt als haagplant voor o.a. tuinen; hoe vaker hij is geknipt, hoe dichter hij wordt. De haag biedt een goede schuil- en nestplaats voor vogels, ook in de winter doordat hij zijn bladeren pas in het voorjaar verliest als de nieuwe bladeren uitlopen. De meikever komt ’s zomers vaak in deze haag.
  • Voor het ijzertijdperk werd het harde hout van de haagbeuk vaak gebruikt om er voorwerpen van te maken die een lange levensduur vereisten, bv. slagersblokken. In streekdialecten wordt deze boom daarom ook ‘steenbeuk’ of ‘ijzerbeuk’ genoemd.

Kerselaar

Waar?

Ga links bij de splitsing en volg de Bosstraat die verderop naar rechts afbuigt. Ter hoogte van de hondenweide (de eerste weide na de bocht) staat aan de rechterkant een kerselaar.

Hoe herkennen?

Zoete kers of boskers is een wilde kersenboom (variant: zure kers of kriekelaar) die tot 20 meter hoog kan worden. Kenmerkende bast met horizontale strepen. In maart of begin april, als hij nog volledig getooid is met sierlijke, sneeuwwitte bloemen en druk bezocht wordt door bijen, dan is deze boom onweerstaanbaar mooi! Hij draagt in het najaar kleine zoete kersen en prachtig rood gekleurde bladeren. De gecultiveerde zoete kersen zijn door selectie ontstaan uit deze soort en zijn door de Romeinen naar West-Europa gebracht.

Mythologie
  • Er zijn talrijke verhalen over een kerselaar die op kerstnacht (in volle winter) bloeit. Hiervoor bestaat ook een wetenschappelijke verklaring: een kerselaar kan in de winter bloeien als er in de nabijheid een warmtebron is, bv. kalkgroeven, weggegoten lauw afwaswater of van zichzelf verhittende mesthopen.
  • De kerselaar deed vroeger ook dienst als ‘liefdesmei‘: kerselaartakken werden voor de deur of op het dak van de uitverkorene vastgemaakt.
  • Vroeger kweekten de Schaarbekenaars ‘kerselaren’ (kersenbomen) of ‘kriekelaren’. Terwijl kersen zoet zijn, hebben krieken een nogal zure smaak. De Schaarbekenaars hadden het privilege om hun fruit op ezels naar de Brusselse markt te brengen om ze aan de brouwers van kriekenlambiek te verkopen. Wanneer de kriekenverkopers aankwamen, riepen de Brusselaars: “Hei! Doë zên die êzels van Schoerebeik!” (Hee, daar zijn die ezels van Schaarbeek!).
Bijzondere eigenschappen

In de streek rond Brussel wordt kriekenlambiek gebrouwen, een speciale biersoort die bereid wordt als geuze, maar tijdens het brouwproces gisten er ook zure kersen of ‘krieken’ mee.

Es

Waar?

Sla onmiddellijk rechtsaf na de hondenweide, en na enkele meters staat er aan de linkerkant een es.

Hoe herkennen?

Samengesteld blad (!), de zwarte winterknoppen lijken op bokkenpootjes, vruchten in dikke trossen. De jonge gladde schors is lichtgrijs tot grijsgroen; later wordt hij gegroefd.

Mythologie
  • De gewone es was bij de Germanen de kosmische boom, naar analogie van de berk bij de Lappen en Siberische volkeren. De kosmische es heette ‘Yggdrasil’. Hij had 3 kolossale wortels die tot de onderwereld reikten en zijn takken reikten tot de hemel. Op de top van de Yggdrasil zat een arend en een takje lager een gouden haan. Onderaan de wortels zat de slang Nidhogg. Slang en arend waren voortdurend in ruzie en hun verwensingen werden overgebracht door de eekhoorn Ratatosk. De haan was scheidsrechter. Het hoeft geen betoog dat het feit dat op elke kerktoren een haan prijkt een gekerstend overblijfsel van de mythe rond Yggdrasil is. Nog steeds volgens de legende werd uit het hout van de gewone es de eerste man geschapen. Zijn naam was aska waarvan de naam es uiteraard afgeleid is.
  • Merkwaardig genoeg wordt in de Baltische staten traditioneel gespot met de gewone es, omdat de gewone es als een van de laatste bomen uitloopt tijdens de lente en als een van de eerste bomen zijn bladeren verliest tijdens de herfst. Zo lijkt het alsof de gewone es niet weet wanneer het lente of herfst is. Vandaar het Baltische gezegde: ‘De es is blind.’
  • Net zoals het vinden van een klavertjevier de vinder ervan geluk zou brengen, zo ook geloofde men dit voor een es met even geveerde bladeren. Een gezegde uit het Engelse graafschap Devonshire luidt als volgt: “An even-leaved ash, and a four-leaved clover, you’ll see your true love, fore the day is over.

Taxus

Waar?

Bij de splitsing neem je de meest linkse route, die verderop naar rechts afbuigt. Een tiental meter vóór het grasveld met de chalet staat er aan de rechterkant een taxus.

Hoe herkennen?

Wintergroen, zachte naalden, rode schijnbes met zaad. Kan 1000 tot 1500 jaar oud worden! Kwam vroeger zeer veel voor, maar is bijna volledig uitgeroeid omdat het hout werd gebruikt voor allerlei doeleinden (bogen, vlechtwerk, snijwerk) en omdat boeren de boom omwille van zijn giftigheid vernietigden. Bij de taxus is alles giftig, behalve het vruchtvlees van de rode bessen (de pitjes in de bessen zijn ook giftig). Daarom wordt hij ook wel de venijnboom genoemd.

Mythologie
  • Taxus stond bij de Kelten op gelijke voet met maretak en beide planten hadden een rituele betekenis bij het midwinterfeest. Dat werd op 21 december gevierd en was het belangrijkste feest in het jaar. In deze donkere periode werd de terugkeer van de lente afgesmeekt aan de goden. Daarom haalde men een ‘evergreen’ in huis, hét symbool van de lente.
  • In het Keltisch van het Europese vasteland werd taxus meestal ‘Ebur’ (uitspraak: ‘Eebuur’) genoemd. Zo waren de Eburonen met hun bekende leider Ambiorix, letterlijk vertaald het ‘taxusvolk’. Bij hun veroveringen in Keltisch Europa waren de Romeinen zeer op hun hoede voor Keltische boogschutters. Deze gebruikten immers handbogen in hout van taxus. Het dodelijke giftige hout veroorzaakt niet alleen bloedvergiftiging, maar is zowat het meest elastische hout onder de inheemse bomen en dus uitstekend geschikt voor het vervaardigen van handbogen. Taxus leverde dus niet alleen uitstekende handbogen, maar ook gifpijlen. Gezien taxus ook in Italië groeit, is het merkwaardig dat de Romeinen er geen gebruik van maakten. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat de Romeinen rotsvast geloofden in hun superieure militaire strategieën. De geschiedenis heeft hen alvast gelijk gegeven.
  • Zowel bij de Romeinen als de Kelten staat taxus symbool voor dood en rouw.  Volgens de Egyptenaren nam deze boom de giftige dampen van de lijken op. Tot op heden is het een begraafplaatsboom bij uitstek. Ook in het huidige West-Europa komen deze eeuwenoude bomen voor. De oudste zijn ongetwijfeld de taxussen (Taxus baccata) die men op vele kerkhoven in Normandië en Groot-Brittannië kan terugvinden. Gezien het belang van deze soort in de Keltische mythologie, werd deze vaak bij kerkhoven aangeplant en werden in die hoedanigheid ook nooit omgehakt.
Bijzondere eigenschappen

De taxus bevat baccatine, een belangrijke grondstof voor de aanmaak van kankerbestrijdende geneesmiddelen. Bij 50% van de chemotherapieën kiest men voor geneesmiddelen op basis van taxus.

Linde

Waar?

Links op het grasveld voor de chalet. [Herfst 2017 omgevallen]

Hoe herkennen?

Zilverlinde, hartvormig blad, wit-gele geurige bloemen, vrucht is een nootje, behoort tot de grootste loofbomen en kan zeer oud worden, schaduwboom.

Mythologie
  • Bij de Kelten was de linde een liefdesboom: jonge geliefden spraken eronder af, omdat onder deze, aan liefde en vruchtbaarheid gewijde boom gekust mocht worden. ’s Nachts zaten er heksen in de linden. De Kelten probeerden dan deze bomen te vermijden, want anders zouden de heksen hen bespringen.
  • Bij de Germanen had de linde een dubbele symbolische betekenis. Enerzijds was het de boom van de liefde, anderzijds de boom van de gerechtigheid. Als boom van de liefde was de boom opgedragen aan Freya, godin van lente en liefde. ‘Vrijdag’ en ‘vrijen’ zijn afgeleid van Freya. Wanneer een pas gehuwd Germaans koppel hun eigen woning en erf kreeg, plantte men aan de ingang twee lindes als symbool voor de huwelijkse trouw. De Germanen plantten ook lindes aan in hun dorpen. Net zoals bij de Kelten markeerden die het centrum van de gemeenschapsactiviteiten: er werd vergaderd, gekeuveld, gedronken en gedanst. Het ligt dan ook voor de hand dat onder de dorpslindes recht werd gesproken, gezien het de ontmoetingsplaats van het dorp was. Het rechtssysteem was bij de Germanen trouwens verrassend modern. Zo bestond de rechtszaal uit een vierkant met een touw afgespannen rond twee lindes en twee palen.  Deze rechtspaal werd daarom vierschaar genoemd.
  • Er bestaat ook een Germaanse legende over Siegfried die onkwetsbaar werd na het nemen van een bad in het nog warme bloed van de gedode draak Fafnir. Daarbij lette hij niet op een lindeblad dat naar beneden dwarrelde en op zijn bezwete rug kleefde. Op die plek bleef hij dus kwetsbaar, want daar was geen contact geweest met het drakenbloed. Later zou Siegfried inderdaad geveld worden door een speer tussen zijn schouderbladen.
Bijzondere eigenschappen

De linde werd vroeger vaak aangeplant op topografisch belangrijke plaatsen, zoals een knooppunt van wegen, omdat het opvallende silhouet van de linde meteen de aandacht trekt. Doorgaans hing er ook een Mariakapelletje aan deze grensboom. In het Brussels Gewest is er één opvallend exemplaar dat vroeger dienst deed als grensboom, nl. de ‘Kasterlinde’ op de grens van Sint-Agatha-Berchem, Sint-Jans-Molenbeek en Dilbeek. Ooit was deze boom een baken in het landschap, omdat hij op een iets hoger gelegen punt staat en dus van ver zichtbaar was.

[pauze bij de chalet]

Eik

Waar?

Aan de rand van het Laarbeekbos, links van de chalet (indien je naar de chalet kijkt), staat een eik.

Hoe herkennen?

Diep ingesneden en gelobd blad, katjes, eikels. Kan zeer oud worden, tot 1200 jaar. Na 100 tot 200 jaar vertraagt de groei van de eik en neemt hij vooral in de dikte toe.

Mythologie
  • Bij de Kelten bestond er een uitgebreide eikencultus, met als gevolg dat de Keltische priesters of druïden vernoemd zijn naar de eik: het woord ‘druïde’ is verwant met het Proto-Keltische woord voor ‘eik’ (-dru-) en met een aan “weten” verwante woordstam (-wid-), hetgeen mogelijk op de eigenschap “wijsheid” slaat. Zij verzamelden op een open plek in een eikenwoud en droegen kronen van eikenbladeren op hun hoofd. Ze deden voorspellingen o.a. op basis van eiken. De eikenboom was het symbool van de wijze man die zijn kennis onder de leerlingen verspreidt, vergelijkbaar met de eik, die zijn vruchten zo wijd mogelijk om zich heen rondstrooit. In de schaduw van eeuwenoude eiken offerden de Kelten mensen en dieren. En hij die zich geen mensenoffer kon veroorloven hing geschenken aan stam en takken. Maar het allerheiligste was het vinden van een maretak in een eik. Ook de maretak was heilig. Deze zou een geneeskrachtige werking hebben en ook de vruchtbaarheid bevorderen. Om aan maretak te geraken klom een druïde in de boom en sneed de maretak met een gouden sikkel af. De maretak liet hij dan naar beneden vallen, waar andere druïden hem opvingen in een witte doek. De maretak was immers een heilige plant en mocht dus de grond niet raken. Het sap van de maretak werd ook gegeven aan mensen die geofferd moesten worden, dus wisten ze dat het sap van een maretak giftig is. Dit gebeurde tijdens de midwinterceremonie.
  • Bij de Germanen was de eik een politiek geladen vredessymbool. Wanneer stammen na een robbertje vechten vrede sloten, was dat altijd onder een heilige eik.
  • Bij de kerstening van Europa worden veel heilige eiken van Kelten en Germanen gedemoniseerd en gekapt. Andere worden gekerstend. Er hangt dan een Mariakapelletje aan of er staat naast de boom een christelijk heiligdom. Een schoolvoorbeeld is de heilige eik van Scherpenheuvel. Wellicht gaat het in oorsprong om een Germaanse vredeseik, gezien de geïsoleerde positie in het landschap. In ieder geval staat halfweg de middeleeuwen een eik op de heuveltop tussen Zichem en Diest. Volgens de legende kiest een vroom man deze eik uit om er een mariabeeldje aan te hangen. Weinig later komen mensen onder de eik bidden en smeken er genezing af door kledingstukken van zieke mensen aan de boom te spijkeren. Zo wordt de eik van Scherpenheuvel in een mum van tijd de belangrijkste geneesboom in de Lage Landen. In het kielzog van de pelgrims, komen ook handelaars en horeca-uitbaters. Rond 1600 n.C. is Scherpenheuvel reeds groter dan Zichem, waarvan het officieel slechts een gehucht is. Nadien wordt een houten kapel bij de heilige eik getimmerd, die snel door een stenen kapel vervangen wordt. De kapel krijgt dan ook het bezoek van de aartshertogen Albrecht en Isabella, die beslissen dat te Scherpenheuvel een grote basiliek gebouwd zal worden ter herdenking van het verdrijven van de Calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden. Bij de eerste steenlegging in 1609 sneuvelt de eeuwenoude eik van Scherpenheuvel. In de plaats komt de huidige basiliek met haar zwarte madonna, naar analogie met het Spaanse bedevaartsoord El Rocio.
Bijzondere eigenschappen
  • Precies omdat alles aan de boom bruikbaar is, werd de eik in alle voorchristelijke Europese culturen als ‘koning der loofbomen’ beschouwd. Bovendien hebben zomereik en wintereik het meest duurzame hout van alle inheemse loofbomen. Het wordt vooral gebruikt voor meubelen en parket.
  • De schors bevat heel veel looistoffen (taninen) en was vroeger net als spar de belangrijkste grondstof voor leerlooiers. Ook geven looistoffen een karakteristieke smaak aan wijn die in eikenhouten vaten bewaard wordt. Hoewel looistoffen giftig zijn voor de mens is de hoeveelheid looistoffen in wijn veel te gering om schadelijk te zijn.
  • Niet alleen het hout is bruikbaar, maar ook de bladeren en vruchten kenden vroeger hun toepassing. Aan de bladeren en vooral ook de talrijke gallen op de bladeren werden natuurlijke kleurstoffen onttrokken en de eikels waren het voornaamste voedsel voor gekweekte varkens. Sommige eiksoorten hebben eetbare eikels (dus zonder looistoffen) en een gerecht van eikels is o.a. in Spanje nog lang een dagelijkse gang op het menu geweest, ook voor de welgestelden. Ook nu echter nog zijn eikels te koop op sommige Spaanse markten. Ze worden op dezelfde wijze toebereid als de tamme kastanje.

Beuk

Waar?

Ga voorbij de slagboom het Laarbeekbos in. Na een tiental meter zie je aan de linkerkant enorme beuken staan.

Hoe herkennen?

Glanzend gaaf blad, driekantige beukennootjes, gladde grijze stam. Kan tot 400 jaar oud worden en tot 30 meter hoog worden. Schaduwboom. Napjesdragersfamilie (het napje beschermt de vrucht tijdens de groei en rijping: cf. beukennootje, eikel, tamme kastanje).

Mythologie
  • Al sinds de Romeinen en de Germanen is er sprake van een beukenverering. De beuk was bij de Germanen een heilige boom gewijd aan Thor. Een spoor van deze verering vinden we terug in het ritueel om op kerstavond een blok beukenhout (of ‘joelblok’) te branden in de huiskamers. Men sprak van de ‘kerstavondblok’ (in het Frans: ‘Bûche de Noël’). Dit gebruik is ondertussen vervangen door het eten van een ‘bûche’ of kerststronk.
  • De beuk is in oorsprong een Midden-Europese soort, die zich tijdens de 8ste en de 9de eeuw spontaan uitgebreid heeft naar West-Europa zonder toedoen van de mens. Anders gezegd kwam de beuk oorspronkelijk voor in het huidige Duitsland en Denemarken. Bij de Germaanse volksstammen in deze gebieden was de beuk een orakelboom. Uit dode beukentakken werden kleine houtstaafjes gesneden die met runentekens werden gemarkeerd. Aan de hand van deze staafjes probeerden de Germaanse priesters de toekomst te voorspellen: de staafjes werden op een wit kleed gegooid, een priester bad tot de goden en nam elk staafje 3x op en gaf dan een verklaring volgens elk teken dat erop stond. Deze staafjes werden naargelang de streek ‘buchstaben’ of ‘boekstaven’ genoemd. Nog steeds is ‘buch’ de Duitse naam voor beuk, terwijl ‘boek’ de Middelnederlandse naam voor beuk is. Sporen van deze namen vinden we nog in de gemeentenamen ‘Boechout’ en ‘Bekkevoort’, dat in oorsprong ‘Boekkevoort’ heette.
  • Omwille van zijn periodiek hoge opbrengst aan nootjes, wordt de beuk beschouwd als symbool van vruchtbaarheid. In het volksgeloof (1927) beweerde men dat wanneer een beuk veel nootjes draagt, er veel buitenechtelijke kinderen geboren zullen worden.

Berk

Waar?

Sla rechtsaf en maak een kleine lus door het Laarbeekbos rond de chalet. Eens voorbij de slagboom steek je de Laarbeeklaan over en neem je het bospad naar links. Wanneer het pad afbuigt naar rechts, volg je deze richting tot aan de Bosstraat. Ga links op de Bosstraat en volg in de bocht het kleine bospad naar rechts, totdat je vlak langs de spoorweg loopt (traject Groene wandeling). Na een tijdje zie je aan je linkerkant enkele berken.

Hoe herkennen?

Witte, afschilferende schors, hangende katjes, vruchten zijn kleine gevleugelde nootjes, blad is ovaal, spits en getand. Het is een middelgrote, snelgroeiende boom.

Mythologie
  • Door de witte schors waren berkensoorten in de Germaanse en Keltische cultuur ‘lichtbomen’. De Germanen associeerden berk met de bliksemgod ‘Thor’ of Donar. Bij de Kelten waren berkensoorten gewijd aan de maan en werden ‘Beth’ genoemd. De wetenschappelijke naam (Betula) is afgeleid van het Keltische werkwoord ‘betu’ wat ‘slaan’ betekent (in het huidige Engels: to beat). Op Imbolc, een van de belangrijkste Keltische feesten dat plaatsvond op 1 februari, wijdden druïden hun nieuwe leerlingen door hen zachtjes te geselen met gewijde berkentakken om hen te behoeden tegen ziekte en tegenspoed. Men geloofde immers dat de levenskracht van de berk via de ‘berkenroede’ overgedragen werd op de leerlingen. Niet toevallig worden berkentakken nog steeds gebruikt in sauna’s in Scandinavië. En tot 1930 werd op vele plaatsen in Europa het vee uit de winterstallen gedreven met gewijde berkentakken die moesten zorgen voor de goede gezondheid van de dieren.
  • Volgens christelijke bronnen werd Jezus met berkentakken gegeseld, en  sindsdien laat de berk uit schaamte zijn takken hangen. In de takken komen vaak vergroeiingen voor die heksenbezems worden genoemd. Dit zou komen omdat de berk geliefd was bij heksen die ‘s nachts uitvlogen op hun heksenbezems en soms er een verloren.
  • De berk wordt nog steeds gebruikt als ‘Meyboom’ oftewel vreugdeboom (in Leuven is het altijd een berk, voor de Brusselaars is de soortkeuze bijkomstig en kan het soms ook een andere soort zijn). Het planten van de Meyboom is een traditie die teruggaat tot het jaar 1213, toen Brussel een belangrijke overwinning behaalde op Leuven. Er zijn verschillende legendes waarover het dispuut toen ging, gaande van een verstoord trouwfeest tot een biertaks. Zeker is wel dat Leuven het onderspit delfde en dat de Brusselaars dit vierden met het planten van een vreugdeboom. Als de boom niet voor 17 uur geplant is, gaat het privilege naar de Leuvenaars. Vandaar dat de Gardevils en de Buumdroegers er alles aan doen om de boom te beschermen tegen de Leuvenaars die op de loer liggen. Want in 1939 zijn de Leuvenaars effectief met de Meyboom aan de haal gegaan. Gelukkig vonden de Brusselaars op tijd een nieuwe Meyboom om hun eer te redden.

Wilg

Waar?

Volg het pad langs de spoorweg tot er aan de linkerkant weides opduiken, omzoomd door oude wilgen.

Hoe herkennen?

Smalle bladeren, zijdeachtig behaarde katjes, schietwilg heeft een diep gegroefde grijze bast, opstijgende takken. Schietwilgen worden door herhaaldelijk kappen/knotten omgevormd tot knotwilgen. Door het knotten ontstaan er holen waarin water blijft staan, zodat de boom van binnenuit wegrot en hol wordt.

Mythologie
  • De oude Grieken en Romeinen geloofden dat de wilg zijn zaden loslaat nog vóór ze rijp zijn, daarom werd de wilg vaak beschouwd als symbool van onvruchtbaarheid. In de oudheid werden wilgenzaden als anticonceptiemiddel gebruikt. De Thesmophoria, gewijd aan Demeter en Kore, was een Atheens feest waarbij alleen gehuwde vrouwen toegelaten werden. Het doel van het feest was het verwerven van de controle over de geslachtsdrift en dus de geboortebeperking. De vrouwen zaten of lagen op wilgenbladeren die de reputatie hadden de liefdesdrift te onderdrukken. Er werden drankjes gebrouwen op basis van wilgenkatjes.
  • In het christelijke Westen wordt de treurwilg omwille van zijn neerhangende takken al sinds de middeleeuwen gezien als een symbool van verdriet, rouw en dood. Daarom wordt de treurwilg vaak op kerkhoven aangeplant, waar hij de overledenen lijkt te bewenen.
  • In de uitdrukking ‘iets aan de wilgen hangen’ wordt de wilg beschouwd als symbool van afscheid. In de psalmen staat nl. te lezen dat toen de Israëlieten Jeruzalem moesten verlaten tijdens de Babylonische ballingschap, zij van verdriet geen gedichten meer konden voordragen en dat zij hun lier aan de wilgen hingen. Andere voorbeelden zijn ‘je kap aan de wilgen hangen’: afscheid nemen of ‘she wears the willows’: zij is een trouwe weduwe.
  • De Chinezen associeerden wilgen met pure erotiek. Een courtisane werd ‘wilg’ of ‘bloem’ genoemd, een vrouwentaille ‘wilgenboom’, wenkbrauwen ‘wilgenblaadjes’ en schaamhaar ‘mooie wilgenschaduw’.
Bijzondere eigenschappen
  • Waterminnende boomsoort die groeit langs waterkanten, moerassen en vijvers. Kan tot 100 liter water per dag verdampen!
  • Wilgenbast werd al door de Griekse geneesheer Hippocrates voorgeschreven als pijnstillend middel tegen reuma. Later is gebleken dat wilgenbast salicylzuur bevat, een stof die een pijnstillende en koortswerende werking heeft.
  • Omdat wilgenhout zacht en goed bewerkbaar is, wordt het vaak gebruikt om voorwerpen uit te houwen, zoals bv. klompen. Uit het hout van schietwilg werden wichelroeden gemaakt om voorspellingen te doen. De druïden brachten mensenoffers in van wilgentenen gevlochten kooien of manden.

Els

Waar?

Volg het pad langs de Molenbeek. Aan je linkerkant staan verderop zwarte elzen.

Hoe herkennen?

De zwarte els is een inheemse, kleine boom. De bast is eerst grijs en glad en wordt later bruin en barst. Blad met afgeronde top. Katjes. De bruine elzenpropjes zijn de vruchten van het vorige jaar.

Mythologie
  • De zwarte els was een belangrijke voorchristelijke rituele plant. Bij het kappen kleurt het hout van de zwarte els van roomkleurig naar oranjerood binnen een half uur. Daarom geloofden de Germanen dat de zwarte els bloed bevatte. Zij zagen hierin de symboliek voor de menstruatie bij de vrouw en beschouwden de zwarte els dan ook als boom waaruit de vrouw ontstaan is. Ze noemden de zwarte els en de eerste vrouw ‘embla’. Later is deze naam verbasterd tot ‘ebla’ vervolgens tot erla, esla of elsa. Zwarte els was voor de Germanen dus het symbool bij uitstek voor vruchtbaarheid. Aan alle plantendelen die op de grond vielen, werden genezende eigenschappen toegekend. Tot het einde van de 19de eeuw plaatsten boeren in Duitsland takken van zwarte els op de vier hoeken van hun akkers om een goede oogst van hun akkers af te smeken.
  • Elzentakken werden vroeger gebruikt om huizen te beschermen tegen heksen op Walpurgisnacht (in deze nacht hadden boze geesten vrij spel).
  • De els werd vroeger vaak in verband gebracht met boze duivels. Men vermoedt dat deze slechte reputatie te maken heeft met het feit dat elzen groeien op plaatsen met een kwalijke reputatie (elzenbroeken, moerassen) en dat elzenhout zeer weinig nut heeft voor de mens.
  • Tijdens de middeleeuwen is ook een legende ontstaan die de zwarte els in een negatief daglicht plaatst. Deze legende gaat over de ‘Erlenkönig’ of ‘Elzenkoning’, een bloeddorstige geest die zich in de zwarte els schuilhoudt en nachtelijke reizigers met haar en huid verslindt. Niemand minder dan de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe (18de eeuw) heeft er een prachtig gedicht over geschreven dat later op muziek werd gezet door de Oostenrijkse componist Franz Schubert. Dit gedicht gaat over een vader die met een doodziek kind op weg is naar de dokter. De koets rijdt aan een razend tempo over de veldwegen. Plots komt de koets aan een elzenbos en het kind begint te ijlen en spreekt over de elzenkoning. De vader probeert zijn kind te sussen en zegt dat de elzenkoning slechts een legende is. Net voorbij het elzenbos komt de koets aan bij het huis van de dokter. Maar het kind is inmiddels gestorven in de armen van zijn vader. De elzenkoning heeft zijn tol geëist.
Bijzondere eigenschappen
  • Elzenhout is zeer duurzaam onder water, waardoor het gebruikt werd om watersteden op te bouwen (bv. Amsterdam, Venetië).

Terug naar het startpunt

Steek de Tentoonstellingslaan over en volg het wandelpad dat afbuigt naar rechts, zodat je terugkeert via de rechteroever van de vijver. Steek de Eugène Toussaintstraat over en volg de weg waarlangs je gekomen bent tot aan het station van Jette.

Bronnen

  • “Compendium van rituele planten in Europa”, Marcel De Cleene – Marie Claire Lejeune
  • “Alles over planten: weetjes en verhalen”: Hans Vermeulen, Natuurpunt CVN
  • “De Plantencode: de betekenis van kruiden, struiken en bomen in de Europese volkscultuur”, Marcel De Cleene
  • “Bomen en mensen: een oeroude relatie”, onder redactie van Frank Moens en Roelie de Weerd

Contact

Deze bomenwandeling werd samengesteld door Isabelle Degraeve en Sylvie Jacobs in het kader van hun opleiding ‘Natuurgids Brussel’ (via Natuurpunt CVN).

Suggesties en opmerkingen omtrent deze wandeling mag je verzenden naar de webmaster.